Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
156 palabras · página 7 de 7
zwembadB1
piscina
Het zwembad is op maandag gesloten.
zwemmenB1
nadar
Ik ga twee keer per week zwemmen.
zwerfafvalB2
basura dispersa
Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.
zwetenB2
sudar
Van de spanning begon hij te zweten.
zwijgzaamB2
callado
Zij is van nature nogal zwijgzaam.
zzp'erB2
trabajador por cuenta propia sin empleados
Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.

