Vocabulario
86 palabras · página 3 de 4
zomaarA2
sin más, porque sí
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
verano
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
sol
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
domingo
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
sin
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
zona (delimitada)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
luz solar
De kamer krijgt veel zonlicht.
de zonne-energieB1
energía solar
Wij wekken zelf zonne-energie op.
de zonsondergangB1
puesta de sol
We keken naar de zonsondergang op het strand.
de zonsopgangB1
amanecer
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
de zoonA1
hijo
Hun zoon gaat naar school.
de zorgA2
cuidado, atención (sanitaria)
De zorg in Nederland is goed geregeld.
preocupación
Maak je geen zorgen, het komt wel goed.
zorgenA2
zorgde · hebben gezorgd
encargarse; cuidar
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
de zorgindicatieB1
valoración de necesidad de cuidados
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
de zorgmedewerkerB1
trabajador asistencial
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
de zorgpasB1
tarjeta sanitaria
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
het zorgplanB1
plan de cuidados
In het zorgplan staat wie wat doet.
de zorgtoeslagA2
ayuda para el seguro médico
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
de zorgverlenerB1
proveedor de cuidados
Bespreek dit met uw zorgverlener.
de zorgverzekeringA2
seguro médico
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
het zoutA1
sal
Er zit te veel zout in.
salado
De soep is me veel te zout.
zoveelA2
tanto
Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.
zoverB1
listo; hasta ese punto
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zowelB1
tanto … como
Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.
het zuidenA2
sur
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.

