Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
266 palabras · página 1 de 11
waarA1
dónde
Waar woon je?
waardeA2
valor
De waarde van het huis is gestegen.
waarderenB2
apreciar
Ik waardeer je eerlijkheid.
waarderingB2
aprecio
Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.
waardevermeerderingB2
revalorización
De waardevermeerdering van het huis was groot.
waardevolB2
valioso
Zijn advies was waardevol.
waarnemingB2
avistamiento
De waarneming van deze vogel is zeldzaam.
waaromA1
por qué
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA2
probablemente
Hij komt waarschijnlijk te laat.
waarschuwenB1
advertir
Ik had je nog gewaarschuwd.
waarschuwingsplichtB2
deber de advertencia
De verkoper heeft een waarschuwingsplicht.
waarschuwingssymboolB2
símbolo de advertencia
Het waarschuwingssymbool betekent 'bijtend'.
wachtenA2
esperar
Ik wacht al een half uur.
wachtkamerA2
sala de espera
Neemt u plaats in de wachtkamer.
wachtlijstB1
lista de espera
Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.
wachtrijB2
cola de espera
U staat als vijfde in de wachtrij.
wachttijdB1
tiempo de espera
De wachttijd voor een sociale huurwoning is lang.
wachtwoordA2
contraseña
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
wachtwoordbeveiligingB2
protección por contraseña
Wachtwoordbeveiliging alleen is niet genoeg.
waddenB2
zona del Wadden
De wadden vallen bij eb droog.
walgingB2
asco
De beelden riepen walging op.
wanbetalingB2
impago
Bij wanbetaling wordt de levering gestopt.
wandcontactdoosB2
enchufe de pared
Er zit geen wandcontactdoos in de gang.
wandelclubB1
club de senderismo
Mijn moeder zit bij een wandelclub.
wandelenA1
pasear
We gaan zondag wandelen.

