Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

89 palabras · página 1 de 4

  • waaienA2

    waaide · hebben gewaaid

    soplar (el viento)

    Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.

  • waarA1

    dónde

    Waar woon je?

  • de waardeA2

    valor

    De waarde van het huis is gestegen.

  • waaromA1

    por qué

    Waarom kom je niet?

  • waarschijnlijkA1

    probablemente

    Hij komt waarschijnlijk te laat.

  • wachtenA2

    wachtte · hebben gewacht

    esperar

    Ik wacht al een half uur.

  • de wachtkamerA2

    sala de espera

    Neemt u plaats in de wachtkamer.

  • het wachtwoordA2

    contraseña

    Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

  • wakkerA1

    despierto

    Ik word elke ochtend om zes uur wakker.

  • wandelenA1

    wandelde · hebben/zijn gewandeld

    pasear

    We gaan zondag wandelen.

  • de wangA1

    mejilla

    Haar wangen zijn rood van de kou.

  • wanneerA1

    cuándo

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    pues, porque (coordinante)

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • warmA1

    caliente

    De soep is nog warm.

  • de wasdrogerA2

    secadora

    In de winter gebruik ik de wasdroger.

  • het wasgoedA2

    la colada

    Het wasgoed hangt buiten te drogen.

  • de wasmachineA2

    lavadora

    De wasmachine is kapot.

  • de wasmandA1

    cesto de la ropa

    De vuile kleren liggen in de wasmand.

  • wassenA2irregular

    waste · wasten · hebben gewassen

    lavar

    Ik moet nog kleren wassen.

  • de wastafelA2

    lavabo

    De kraan van de wastafel lekt.

  • watA1

    qué

    Wat doe je?

  • het waterA1

    agua

    Drink veel water op een warme dag.

  • de webshopA2

    tienda online

    Ik bestel het liever in een webshop.

  • de websiteA2

    sitio web

    De website van de gemeente is vernieuwd.

  • de wedstrijdA1

    partido, competición

    De wedstrijd begint om drie uur.