Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
132 palabras · página 2 de 6
waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
waterkwaliteitB1
calidad del agua
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
wateroverlastB1
inundaciones
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
waterpeilB1
nivel de agua
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
waterschapB1
junta de aguas
Het waterschap beheert de dijken.
waterstandB1
nivel del agua
De waterstand in de rivier is hoog.
waterverbruikB1
consumo de agua
Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.
webshopA2
tienda online
Ik bestel het liever in een webshop.
wedstrijdB1
partido, competición
De wedstrijd begint om drie uur.
weekA1
semana
Deze week werk ik thuis.
weekdagA1
día laborable
Op weekdagen sta ik vroeg op.
weekendA1
fin de semana
In het weekend werk ik niet.
weerB1
tiempo (clima)
Het weer verandert hier snel.
weeralarmB1
alerta meteorológica
Het KNMI gaf een weeralarm af.
weerkaartB1
mapa del tiempo
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
weersinvloedB1
influencia del clima
De oogst heeft last van weersinvloeden.
weersomstandigheidB1
condición meteorológica
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.
weersverwachtingB1
previsión del tiempo
Volgens de weersverwachting gaat het regenen.
wegA1
camino, carretera
Deze weg gaat naar het centrum.
wegennetB1
red de carreteras
Nederland heeft een dicht wegennet.
weggaanA2
irse
Wanneer ga je weg?
weggooienA2
tirar
Gooi het oude papier weg.
wegonderhoudB1
mantenimiento vial
Vanwege wegonderhoud is de weg afgesloten.
wegverkeerB1
tráfico rodado
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.
wegwerkzaamhedenB1
obras en la carretera
Er zijn wegwerkzaamheden op de A2.

