Vocabulario
106 palabras · página 1 de 5
vaakA1
a menudo
Ik ga vaak met de fiets.
vaderA1
padre
Mijn vader kookt heel goed.
vakantieaanvraagA2
solicitud de vacaciones
Doe je vakantieaanvraag op tijd.
vakantiedagenA2
días de vacaciones
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
vallenA1
caer
Pas op, je valt bijna.
vanA1
de
Dit is de fiets van mijn broer.
vanavondA1
esta noche
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
hoy
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
esta tarde
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
esta mañana
Vanmorgen was het erg koud.
veelA1
mucho
Er zijn veel mensen buiten.
veerbootA2
ferry
De veerboot vertrekt elk half uur.
veertigA1
cuarenta
Hier mag je veertig rijden.
vegetarischA2
vegetariano
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
veiligA2
seguro
Werk altijd veilig met deze machine.
vensterbankA1
alféizar
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
ventilación
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verA1
lejos
Is het nog ver?
veranderenA2
cambiar
Er is veel veranderd dit jaar.
veranderingA2
cambio
Dat is een grote verandering voor ons.
verbaasdA2
sorprendido
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verbandA2
vendaje
Doe er even een verband omheen.
verbeterenA2
mejorar
Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.
verbiedenA2
prohibir
Roken is in het gebouw verboden.
verdienenA2
ganar
Hoeveel verdien je per uur?

