Vocabulario
151 palabras · página 1 de 7
de vaardigheidB1
habilidad
Communiceren is een belangrijke vaardigheid.
de vacatureB1
vacante
Er staat een vacature op hun website.
de vaccinatieB1
vacunación
De vaccinatie is gratis.
het vaccinatieprogrammaB1
programa de vacunación
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
de vaderA1
padre
Mijn vader kookt heel goed.
het vakB1
asignatura
Wiskunde is mijn favoriete vak.
oficio, profesión
Hij verstaat zijn vak.
de vakantieA2
vacaciones
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
het vakantieadresB1
dirección de vacaciones
Geef je vakantieadres door aan je buren.
de vakantiebestemmingB1
destino de vacaciones
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
de vakantiedagenA2
días de vacaciones
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
het vakantieparkB1
parque vacacional
We huren een huisje op een vakantiepark.
de vakantieplanningB1
planificación de vacaciones
De vakantieplanning maken we in januari.
de valA1
caída
Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.
het varkenA2
cerdo
Op deze boerderij lopen de varkens buiten.
de veerbootA2
ferry
De veerboot vertrekt elk half uur.
de veiligheidA2
seguridad
De veiligheid in de wijk is verbeterd.
de veiligheidsgordelB1
cinturón de seguridad
Doe je veiligheidsgordel om.
het veldA2
campo
Op het veld achter de school spelen kinderen voetbal.
de vensterbankA1
alféizar
Op de vensterbank staan planten.
de ventilatieA2
ventilación
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
de veranderingA2
cambio
Dat is een grote verandering voor ons.
de verantwoordelijkheidB1
responsabilidad
Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.
het verbandA2
vendaje
Doe er even een verband omheen.
de verbindingB1
conexión
De verbinding met het internet is vandaag erg slecht.
het verblijfsdocumentB1
documento de residencia
Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.

