Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

22 palabras · página 1 de 1

  • de vaderA1

    padre

    Mijn vader kookt heel goed.

  • de valA1

    caída

    Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.

  • de vensterbankA1

    alféizar

    Op de vensterbank staan planten.

  • de verdiepingA1

    planta (de un edificio), piso

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • de verjaardagA1

    cumpleaños

    Morgen is mijn verjaardag.

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    confiar

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    confianza

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • de videoA1

    vídeo

    Ik heb een korte video van het feest gemaakt.

  • de vingerA1

    dedo

    Ik heb mijn vinger gesneden.

  • de visA1

    pescado

    Op vrijdag eten we vaak vis.

  • de vlaA1

    natillas

    Als toetje eten we vla.

  • het vleesA1

    carne

    Zij eet geen vlees.

  • de vloerA1

    suelo (de una habitación)

    De vloer is nog nat.

  • de voetA1

    pie

    Mijn voet doet zeer.

  • het voetbalA1

    fútbol

    Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.

  • de voordeurA1

    puerta principal

    De voordeur zit op slot.

  • de vorkA1

    tenedor

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vraagA1

    pregunta

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • de vriendA1

    amigo

    Hij is een goede vriend van mij.


    novio, pareja

    Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.

  • de vriendinA1

    amiga, novia

    Mijn vriendin komt uit Spanje.

  • de vriendschapA1

    amistad

    Onze vriendschap duurt al twintig jaar.

  • de vrijdagA1

    viernes

    Vrijdag werk ik thuis.

  • de vrouwA1

    mujer

    De vrouw leest een boek.


    esposa

    Mijn vrouw werkt bij de gemeente.