Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
404 palabras · página 7 de 17
verkeersdeelnameB1
participación en el tráfico
Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.
verkeersdeelnemerB1
usuario de la vía
Elke verkeersdeelnemer moet opletten.
verkeersdrempelB2
badén reductor
De verkeersdrempel remt het verkeer af.
verkeersdrukteB1
densidad de tráfico
Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.
verkeersinformatieB1
información de tráfico
Check de verkeersinformatie voor je vertrekt.
verkeerslichtA2
semáforo
Sla linksaf bij het verkeerslicht.
verkeersongevalB1
accidente de tráfico
Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.
verkeersplanB1
plan de tráfico
De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.
verkeersregelB1
norma de tráfico
Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.
verkeerssituatieB1
situación del tráfico
Let goed op de verkeerssituatie.
verkeersstroomB1
flujo de tráfico
De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.
verkeersveiligheidB1
seguridad vial
De gemeente investeert in verkeersveiligheid.
verkiezingB2
elecciones
De verkiezingen zijn over twee maanden.
verkiezingenB2
elecciones
De verkiezingen zijn in maart.
verkiezingsuitslagB2
resultado electoral
De verkiezingsuitslag verraste veel analisten.
verkleinwoordB2
diminutivo
Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.
verkoopprijsB2
precio de venta
De uiteindelijke verkoopprijs lag hoger.
verkopenA1
vender
Ze verkopen hier verse groente.
verkoperA2
vendedor
De verkoper hielp me met de maat.
verkoudenA2
resfriado
Ik ben een beetje verkouden.
verkoudheidA2
resfriado
Een verkoudheid duurt meestal een week.
verlangenB2
anhelo
Hij had een sterk verlangen naar huis.
verlegenA2
tímido
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
verlegenheidB2
timidez
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
verliefdheidB2
enamoramiento
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.

