Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

277 palabras · página 4 de 12

  • de verhuisdoosA2

    caja de mudanza

    We hebben vijftig verhuisdozen nodig.

  • verhuizenA2

    verhuisde · zijn verhuisd

    mudarse

    We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.

  • de verhuizingA2

    mudanza

    De verhuizing is volgende maand.

  • de verjaardagA1

    cumpleaños

    Morgen is mijn verjaardag.

  • het verkeerB1

    tráfico

    Het verkeer is druk in de spits.

  • verkeerdA2

    equivocado

    Sorry, ik heb het verkeerde nummer gebeld.

  • het verkeersbordB1

    señal de tráfico

    Let op het verkeersbord.

  • de verkeersdeelnameB1

    participación en el tráfico

    Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.

  • de verkeersdeelnemerB1

    usuario de la vía

    Elke verkeersdeelnemer moet opletten.

  • de verkeersdrukteB1

    densidad de tráfico

    Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.

  • de verkeersinformatieB1

    información de tráfico

    Check de verkeersinformatie voor je vertrekt.

  • het verkeerslichtA2

    semáforo

    Sla linksaf bij het verkeerslicht.

  • het verkeersongevalB1

    accidente de tráfico

    Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.

  • het verkeersplanB1

    plan de tráfico

    De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.

  • de verkeersregelB1

    norma de tráfico

    Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.

  • de verkeerssituatieB1

    situación del tráfico

    Let goed op de verkeerssituatie.

  • de verkeersstroomB1

    flujo de tráfico

    De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.

  • de verkeersveiligheidB1

    seguridad vial

    De gemeente investeert in verkeersveiligheid.

  • de verkiezingA2

    elección (votación)

    De verkiezingen zijn over twee maanden.

  • de verkoopB1

    venta

    De verkoop van elektrische auto's stijgt snel.

  • verkopenA1irregular

    verkocht · verkochten · hebben verkocht

    vender

    Ze verkopen hier verse groente.

  • de verkoperA2

    vendedor

    De verkoper hielp me met de maat.

  • verkoudenA2

    estar resfriado

    Ik ben een beetje verkouden.

  • de verkoudheidA2

    resfriado

    Een verkoudheid duurt meestal een week.

  • verlatenB1irregular

    verliet · verlieten · hebben verlaten

    abandonar, salir de

    Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.