Vocabulario
106 palabras · página 2 de 5
verdiepingA1
planta
Wij wonen op de derde verdieping.
verdrietigA2
triste
Zij was verdrietig na het nieuws.
vergaderingA2
reunión
De vergadering begint om negen uur.
vergelijkbaarA2
comparable
De prijzen zijn vergelijkbaar.
vergetenA2
olvidar
Ik ben mijn telefoon vergeten.
vergoedingA2
compensación
Je krijgt een vergoeding voor de reiskosten.
verhuisdoosA2
caja de mudanza
We hebben vijftig verhuisdozen nodig.
verhuizenA2
mudarse
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verhuizingA2
mudanza
De verhuizing is volgende maand.
verjaardagA1
cumpleaños
Morgen is mijn verjaardag.
verkeerslichtA2
semáforo
Sla linksaf bij het verkeerslicht.
verkopenA1
vender
Ze verkopen hier verse groente.
verkoperA2
vendedor
De verkoper hielp me met de maat.
verkoudenA2
resfriado
Ik ben een beetje verkouden.
verkoudheidA2
resfriado
Een verkoudheid duurt meestal een week.
verlegenA2
tímido
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
verloofdA1
prometido
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
vermijdenA2
evitar
Probeer de spits te vermijden.
verpakkingA2
envase
De verpakking is van karton.
verplaatsenA2
trasladar, aplazar
Kunnen we de afspraak verplaatsen?
verpleegkundigeA2
enfermero
De verpleegkundige komt zo bij u.
versA2
fresco
Dit brood is niet meer vers.
verschilA2
diferencia
Wat is het verschil tussen deze twee?
verschillendA2
diferente
We hebben verschillende opties bekeken.
versturenA2
enviar
Verstuur het formulier voor vrijdag.

