Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
235 palabras · página 9 de 10
trendB2
tendencia
De trend is al tien jaar dezelfde.
trillenB2
temblar
Zijn handen trilden van de zenuwen.
troonredeB2
discurso del trono
In de troonrede staan de plannen voor het jaar.
troostenB2
consolar
Ze troostte haar dochter na de uitslag.
troostendB2
reconfortante
Zij zei iets troostends.
trotsB2
orgulloso; orgullo
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
trouwambtenaarB2
oficiante del registro civil
De trouwambtenaar hield een korte toespraak.
trouwenA1
casarse
Zij gaan in juni trouwen.
trouwensA2
por cierto
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
trouwkaartB2
invitación de boda
De trouwkaart kwam drie maanden van tevoren.
tuinA1
jardín
We hebben een kleine tuin achter het huis.
tuinafvalB1
residuos de jardín
Tuinafval gaat in de groene bak.
tuinderB2
horticultor
De tuinder kweekt tomaten onder glas.
tuinierenB1
hacer jardinería
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
tuinonderhoudA2
mantenimiento del jardín
Het tuinonderhoud doen we zelf.
tuinpadA1
camino del jardín
Het tuinpad ligt vol bladeren.
tuinslangB2
manguera
De tuinslang ligt opgerold in de schuur.
tuinstoelA1
silla de jardín
De tuinstoelen staan in de schuur.
tulpenteeltB2
cultivo del tulipán
De tulpenteelt is een belangrijke exportsector.
tunnelA2
túnel
Door de tunnel ben je er sneller.
turfwinningB2
extracción de turba
Door turfwinning veranderde het landschap ingrijpend.
tussenA1
entre
De winkel zit tussen de bank en het café.
tussenkopjeB2
subtítulo interior
Tussenkopjes maken een lange tekst leesbaar.
twaalfA1
doce
We eten om twaalf uur.
tweeA1
dos
Ik heb twee kinderen.

