Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
119 palabras · página 4 de 5
toernooiB1
torneo
Onze club organiseert elk jaar een toernooi.
toeslagA2
subsidio
Je kunt huurtoeslag aanvragen.
toeslagaanvraagB1
solicitud de subsidio
De toeslagaanvraag doe je online.
toestaanA2
permitir
Honden zijn hier niet toegestaan.
toestemmingB1
permiso
Je hebt toestemming nodig van de gemeente.
toetsB1
prueba
Morgen hebben we een toets.
toetsresultaatB1
resultado de la prueba
Het toetsresultaat viel me mee.
toetsvormB1
tipo de prueba
Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?
toetsvraagB1
pregunta de la prueba
Elke toetsvraag telt even zwaar.
toetsweekB1
semana de exámenes
Volgende maand is de toetsweek.
toiletA1
aseo
Waar is het toilet?
tomaatA1
tomate
Doe een tomaat in de salade.
tongA1
lengua
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
toonB1
tono
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
totA1
hasta
De winkel is open tot zes uur.
tot ziensA1
hasta luego
Tot ziens, fijne dag nog!
touwA1
cuerda
Bind de doos vast met touw.
traditieB1
tradición
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
trainenB1
entrenar
Wij trainen twee keer per week.
trakterenA2
invitar (a algo)
Op je verjaardag trakteer je op gebak.
tramA2
tranvía
Neem tram 4 naar het centrum.
trapA1
escalera
De trap is erg steil.
treinA2
tren
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
treinkaartjeA2
billete de tren
Koop je treinkaartje van tevoren.
treinreisA2
viaje en tren
De treinreis duurt anderhalf uur.

