Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
119 palabras · página 3 de 5
tempoB1
ritmo
Het tempo van de cursus ligt hoog.
tentoonstellingB1
exposición
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
termijnB1
plazo
Je kunt in termijnen betalen.
terrasB1
terraza
Bij mooi weer zitten we op het terras.
terugA1
de vuelta
Ik ben om zes uur terug.
terugbellenB1
devolver la llamada
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2
devolver (dinero)
Ik betaal je volgende week terug.
terugkomenA2
volver
Hij komt volgende week terug.
theaterB1
teatro
In het theater draait een nieuw stuk.
theaterbezoekB1
visita al teatro
Een theaterbezoek is best duur.
theeA1
té
Ik drink liever thee dan koffie.
therapieB1
terapia
Hij volgt therapie na het ongeluk.
thermometerA2
termómetro
Meet even met de thermometer.
thermostaatA2
termostato
Zet de thermostaat op negentien graden.
thuisA1
en casa
Vandaag werk ik thuis.
thuisblijvenA2
quedarse en casa
Ik blijf vandaag thuis.
thuiszorgB1
atención domiciliaria
Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.
tienA1
diez
Ik heb nog tien minuten.
tijdA1
tiempo
Ik heb geen tijd vandaag.
tijdensA1
durante
Tijdens de les mag je niet bellen.
tijdstipA2
momento (hora)
Wat is een handig tijdstip voor jou?
tochA2
aun así
Het was koud, maar we gingen toch.
toegangsprijsB1
precio de entrada
De toegangsprijs is vijftien euro.
toegevenB1
admitir
Ze gaf toe dat ze fout zat.
toelichtingB1
aclaración
Bij het formulier zit een korte toelichting.

