Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

235 palabras · página 2 de 10

  • taaltipB1

    consejo lingüístico

    De docent gaf een handige taaltip.

  • taaltoetsA2

    prueba de idioma

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • taalvaardigheidB1

    competencia lingüística

    Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.

  • taalvariatieB2

    variación lingüística

    Taalvariatie tussen regio's is normaal.

  • taartA1

    tarta

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • tabletB2

    comprimido

    Neem twee tabletten per dag.

  • tachtigA1

    ochenta

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • tafelA1

    mesa

    Het eten staat op tafel.

  • takenlijstA2

    lista de tareas

    Ik werk mijn takenlijst af.

  • takenpakketB1

    conjunto de tareas

    Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.

  • tamelijkB2

    bastante

    Het antwoord was tamelijk vaag.

  • tandA1

    diente

    Er is een tand afgebroken.

  • tandartsA2

    dentista

    Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.

  • tandenborstelA1

    cepillo de dientes

    Vergeet je tandenborstel niet.

  • tankenB1

    repostar

    Ik moet nog even tanken.

  • tanteA1

    tía

    Mijn tante komt op bezoek.

  • tapijtA2

    alfombra

    We hebben een nieuw tapijt gelegd.

  • tasA1

    bolso

    Mijn tas staat naast de stoel.

  • tastzinB2

    tacto

    De tastzin in zijn vingers is verminderd.

  • tatoeageB2

    tatuaje

    Een tatoeage laten verwijderen is duur.

  • taxatieB2

    tasación

    De bank eist een taxatie van de woning.

  • taxiA2

    taxi

    We namen een taxi naar het hotel.

  • teambuildingB2

    creación de equipo

    De middag stond in het teken van teambuilding.

  • teamgeestB1

    espíritu de equipo

    De teamgeest is hier goed.

  • teamleiderB1

    jefe de equipo

    Vraag het even aan de teamleider.