Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
169 palabras · página 1 de 7
saladeA1
ensalada
Bij het vlees eten we salade.
salarisA2
salario
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
salarisschaalA2
escala salarial
Ik zit in salarisschaal 7.
salarisstrookA2
nómina
Bewaar je salarisstrook goed.
saldoB1
saldo
Mijn saldo is bijna nul.
samenA1
juntos
We eten samen om zes uur.
samenlevenB1
convivir
Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.
samenvattingB1
resumen
Schrijf een korte samenvatting van de tekst.
samenwerkenB1
colaborar
We moeten beter samenwerken.
samenwerkingB1
colaboración
De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
sapA1
zumo
Een glas sap, alstublieft.
sausA1
salsa
Wil je saus bij de patat?
schaarA1
tijeras
Heb je een schaar voor me?
schaduwB1
sombra
Ga even in de schaduw zitten.
scheidenA1
divorciarse
Mijn ouders zijn gescheiden.
schimmelA2
moho
In de badkamer zit schimmel op de muur.
schoenenA1
zapatos
Deze schoenen zijn te klein.
schoolA1
escuela
Mijn kinderen gaan hier naar school.
schoolgidsA2
guía escolar
In de schoolgids staan alle regels.
schoolrapportA2
boletín de notas
Het schoolrapport komt in juli.
schooltijdA2
horario escolar
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
schoolvakantieA2
vacaciones escolares
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.
schoonA1
limpio
De keuken is weer schoon.
schoondochterA1
nuera
Onze schoondochter komt uit Spanje.
schoonmaakmiddelA2
producto de limpieza
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.

