Vocabulario
229 palabras · página 4 de 10
het slaapgebrekA2
falta de sueño
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
de slaapkamerA1
dormitorio
Wij hebben twee slaapkamers.
het slachtofferA1
víctima
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
slagenB1
slaagde · zijn geslaagd
aprobar
Zij is voor het examen geslaagd.
salir bien, tener éxito
De operatie is helemaal geslaagd.
de slagerA2
carnicería
Bij de slager is het vlees beter.
slapenA1irregular
sliep · sliepen · hebben geslapen
dormir
Ik heb slecht geslapen.
slechtA1
malo
Het weer is vandaag slecht.
slechtsB1
solo, únicamente
De cursus duurt slechts twee weken.
de sleutelA2
llave
Ik ben mijn sleutel kwijt.
het sleutelbosA1
manojo de llaves
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
slimA2
listo, inteligente
Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.
het slotB1
cerradura
Doe de deur altijd op slot als je weggaat.
para terminar (tot slot)
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.
sluitenA1irregular
sloot · sloten · hebben gesloten
cerrar
De deur sluit automatisch.
de smaakA2
sabor
De smaak is een beetje zoet.
de snackA2
tentempié
Neem een gezonde snack mee.
snappenA2
snapte · hebben gesnapt
pillar, entender (coloquial)
Ik snap niet wat de docent bedoelt.
de sneeuwB1
nieve
In Nederland valt weinig sneeuw.
snelA1
rápido
Hij loopt heel snel.
de snelheidB1
velocidad
De maximale snelheid op deze weg is tachtig.
de snelheidslimietB1
límite de velocidad
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
de snelwegA2
autopista
Op de snelweg mag je honderd.
snijdenA2irregular
sneed · sneden · hebben gesneden
cortar
Snijd de groente in kleine stukjes.
de snijplankA2
tabla de cortar
Snijd de groente op de snijplank.
het snoepA1
dulces
Kinderen eten te veel snoep.
sociaalA1
social
Hij is heel sociaal en maakt snel contact.

