Vocabulario
43 palabras · página 1 de 2
het raamA1
ventana
Het raam staat open.
de radioA1
radio
In de auto luister ik altijd naar de radio.
het rapportA2
boletín de notas; informe
Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.
de reactieA1
comentario
Onder het bericht staan honderd reacties.
het receptA2
receta
Dit recept komt van mijn moeder.
receta médica
De dokter geeft je een recept voor de apotheek.
het rechtA1
derecho
Je hebt recht op een advocaat.
recto, derecho
De weg loopt recht naar het centrum.
de rechtbankA2
tribunal
De zaak dient volgende maand voor de rechtbank.
de rechterA2
juez
De rechter deed vandaag uitspraak.
de rechtsstaatA2
estado de derecho
In een rechtsstaat staat niemand boven de wet.
de redenA2
razón
Wat is de reden van je verhuizing?
de regelA1
regla
Dat is hier de regel.
línea (de texto)
Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.
de regeringA1
gobierno (gabinete)
De regering viel na een jaar.
de reisA2
viaje
De reis duurt twee uur.
de reisduurA2
duración del viaje
De reisduur is ongeveer 45 minuten.
de reiskostenA2
gastos de viaje
De reiskosten worden vergoed.
de reistijdA2
tiempo de viaje
De reistijd is ongeveer een uur.
de reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
de rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
de relatieA1
relación
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
de renteA2
interés
De rente op de spaarrekening is laag.
de reparatieA2
reparación
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
de republiekA2
república
Sommigen pleiten voor een republiek.
het respectA2
respeto
Met respect kom je verder dan met macht.
de restA2
resto
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.

