Vocabulario
116 palabras · página 3 de 5
het reisverslagB1
crónica de viaje
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
de reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
viajar
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
calcular
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
de rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
het rekeningoverzichtB1
extracto de cuenta
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
de relatieA1
relación
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
remmenB1
remde · hebben geremd
frenar
Bij regen moet je eerder remmen.
de remmen
frenos (plural de rem)
De remmen van mijn fiets doen het niet meer.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
correr
De kinderen rennen door de tuin.
de renteA2
interés
De rente op de spaarrekening is laag.
het rentetariefB1
tipo de interés
Het rentetarief van deze lening is hoog.
de reparatieA2
reparación
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reparerenA2
repareerde · hebben gerepareerd
reparar, arreglar
Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?
de republiekA2
república
Sommigen pleiten voor een republiek.
reserverenB1
reserveerde · hebben gereserveerd
reservar
Je moet vooraf een plaats reserveren.
het respectA2
respeto
Met respect kom je verder dan met macht.
de restA2
resto
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.
het restaurantA2
restaurante
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
het restjeA2
sobras
Van de restjes maak ik morgen soep.
het resultaatA1
resultado
Het resultaat viel tegen.
retournerenA2
retourneerde · hebben geretourneerd
devolver
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
de retourzendingA2
devolución de envío
De retourzending is gratis.
de revalidatieB1
rehabilitación
De revalidatie duurt enkele maanden.
het revalidatiecentrumB1
centro de rehabilitación
Na het ongeluk lag hij in een revalidatiecentrum.

