Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
209 palabras · página 1 de 9
paarA1
par, unos pocos
Ik blijf nog een paar dagen.
paardB2
caballo
Het paard graast in de wei.
paddenstoelB2
seta
In het najaar schieten de paddenstoelen op.
pakjeA1
paquete
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakketdienstB2
servicio de paquetería
De pakketdienst laat het bij de buren achter.
palingB2
anguila
De paling is een bedreigde soort.
palletB2
palé
De dozen staan op een pallet.
panA2
olla, sartén
Doe de groente in de pan.
papierA1
papel
Schrijf het op een blaadje papier.
papierformaatB2
tamaño de papel
Het standaard papierformaat is A4.
paprikaA1
pimiento
Snijd de paprika in reepjes.
parapluA1
paraguas
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
parkA1
parque
We wandelen graag in het park.
parkeerbeleidB1
política de aparcamiento
Het parkeerbeleid in de stad is streng.
parkeergarageB2
aparcamiento subterráneo
De parkeergarage is onder het plein.
parkeerplaatsB1
plaza de aparcamiento
Er is geen parkeerplaats vrij.
parkeertariefB1
tarifa de aparcamiento
Het parkeertarief in het centrum is hoog.
parkeervergunningB1
permiso de aparcamiento
In het centrum heb je een parkeervergunning nodig.
parlementB2
parlamento
Het parlement stemde over het wetsvoorstel.
participatieB2
participación
De gemeente stimuleert participatie van bewoners.
participatieverklaringB2
declaración de participación
De participatieverklaring hoort bij de inburgering.
partnerA1
pareja
Mijn partner werkt in het onderwijs.
paspoortaanvraagB2
solicitud de pasaporte
Voor de paspoortaanvraag maak je een afspraak.
pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
patatA1
patatas fritas
Op vrijdag eten we patat.

