Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

78 palabras · página 3 de 4

  • portemonneeA1

    cartera

    Mijn portemonnee zit in mijn tas.

  • portieA2

    ración

    Dat is een grote portie.

  • postzegelA1

    sello

    Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.

  • pratenA1

    hablar, charlar

    We praten straks verder.

  • preciesA2

    exactamente

    Wat bedoel je precies?

  • preiA1

    puerro

    Doe wat prei in de soep.

  • presentatieB1

    presentación

    Ik moet een presentatie geven.

  • presterenB1

    rendir

    Onder druk presteert hij juist beter.

  • prijsA2

    precio

    De prijs staat op het etiket.

  • prijsafspraakB1

    acuerdo de precio

    We hebben vooraf een prijsafspraak gemaakt.

  • prijsindicatieB1

    precio orientativo

    Kunt u een prijsindicatie geven?

  • prijskaartjeA2

    etiqueta de precio

    Er zit geen prijskaartje op.

  • prijslijstA2

    lista de precios

    De prijslijst hangt bij de ingang.

  • prijsvergelijkingA2

    comparación de precios

    Doe eerst een prijsvergelijking online.

  • prijsverhogingA2

    subida de precio

    Er komt een prijsverhoging van vijf procent.

  • prijsverschilA2

    diferencia de precio

    Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.

  • prikA2

    pinchazo

    De prik deed nauwelijks pijn.

  • printenA2

    imprimir

    Kun je dit formulier even printen?

  • prioriteitB1

    prioridad

    Dit project heeft de hoogste prioriteit.

  • proberenA2

    probar

    Wil je dit even proberen?

  • probleemA2

    problema

    We hebben een klein probleem.

  • procedureB1

    procedimiento

    De procedure duurt ongeveer zes weken.

  • productA2

    producto

    Dit product is uitverkocht.

  • productinformatieA2

    información del producto

    De productinformatie staat op de doos.

  • proeftijdB1

    periodo de prueba

    De proeftijd duurt één maand.