Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

60 palabras · página 2 de 3

  • pilA2

    pastilla

    Neem één pil bij het eten.

  • pinbetalingA2

    pago con tarjeta

    Alleen pinbetaling is hier mogelijk.

  • pindakaasA1

    mantequilla de cacahuete

    Pindakaas is populair in Nederland.

  • pinnenA2

    pagar con tarjeta

    Kan ik hier pinnen?

  • pinpasA2

    tarjeta de débito

    Mijn pinpas werkt niet meer.

  • pizzaA1

    pizza

    Vanavond bestellen we pizza.

  • plaatsA1

    sitio, lugar

    Is deze plaats vrij?

  • plafondA1

    techo

    Het plafond is net geverfd.

  • planA2

    plan

    Wat is het plan voor morgen?

  • plantA1

    planta

    Vergeet de planten niet water te geven.

  • pleinA1

    plaza

    Op het plein is elke week markt.

  • ploegendienstA2

    trabajo por turnos

    Hij werkt in ploegendienst.

  • plotselingA2

    de repente

    Plotseling begon het te regenen.

  • poetsenA1

    cepillar, limpiar

    Poets je tanden twee keer per dag.

  • polsA1

    muñeca

    Ik heb mijn pols verstuikt.

  • portemonneeA1

    cartera

    Mijn portemonnee zit in mijn tas.

  • portieA2

    ración

    Dat is een grote portie.

  • postzegelA1

    sello

    Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.

  • pratenA1

    hablar, charlar

    We praten straks verder.

  • preciesA2

    exactamente

    Wat bedoel je precies?

  • preiA1

    puerro

    Doe wat prei in de soep.

  • prijsA2

    precio

    De prijs staat op het etiket.

  • prijskaartjeA2

    etiqueta de precio

    Er zit geen prijskaartje op.

  • prijslijstA2

    lista de precios

    De prijslijst hangt bij de ingang.

  • prijsvergelijkingA2

    comparación de precios

    Doe eerst een prijsvergelijking online.