Vocabulario
136 palabras · página 1 de 6
de oceaanA2
océano
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
mañana (parte del día)
In de ochtend drink ik koffie.
oefenenB1
oefende · hebben geoefend
practicar
Je moet elke dag oefenen.
het oefenexamenB1
examen de práctica
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
ejercicio
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
material de práctica
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
prueba de práctica
Maak eerst een oefentoets.
ofA1
o
Wil je thee of koffie?
officieelB1
oficial
Voor de aanvraag heb je een officieel document nodig.
oktoberA1
octubre
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
aceite
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
aceituna
Wil je olijven bij de borrel?
omA1
a (la hora); alrededor de
De les begint elke dag om half negen.
para (om … te)
Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.
de omaA1
abuela
Mijn oma woont in een klein dorp.
omdatA1
porque
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
omgaanB1separableirregular
ging om · gingen om · zijn omgegaan
manejar, tratar (omgaan met)
Hoe ga je om met stress op je werk?
de omgevingA2
alrededores, entorno
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
omhoogA2
arriba, hacia arriba
Kijk eens omhoog, daar vliegt een ooievaar.
de omleidingB1
desvío
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
onafhankelijkA2
independiente
De rechter oordeelt onafhankelijk.
onbekendB1
desconocido
Ik kreeg een telefoontje van een onbekend nummer.
ondanksB1
a pesar de
Ondanks de regen gingen we toch wandelen.
onderA1
debajo
De doos staat onder het bed.
het onderdeelB1
parte, componente
Spreken is een onderdeel van het examen.
onderhandelenB1
onderhandelde · hebben onderhandeld
negociar
We onderhandelen nog over de prijs.

