Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

93 palabras · página 1 de 4

  • ochtendA1

    mañana (parte del día)

    In de ochtend drink ik koffie.

  • oefenenB1

    practicar

    Je moet elke dag oefenen.

  • oefenexamenB1

    examen de práctica

    Maak eerst een oefenexamen.

  • oefeningA2

    ejercicio

    Maak oefening drie op bladzijde tien.

  • oefenmateriaalB1

    material de práctica

    Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.

  • oefenopdrachtB1

    tarea de práctica

    Maak de oefenopdracht voor volgende week.

  • oefentoetsA2

    prueba de práctica

    Maak eerst een oefentoets.

  • oefenzinB1

    frase de práctica

    Maak bij elk woord een oefenzin.

  • ofA1

    o

    Wil je thee of koffie?

  • oktoberA1

    octubre

    In oktober vallen de bladeren.

  • olieA2

    aceite

    Bak het in een beetje olie.

  • olijfA1

    aceituna

    Wil je olijven bij de borrel?

  • omaA1

    abuela

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • omdatA1

    porque

    Ik kom niet, omdat ik moet werken.

  • omleidingB1

    desvío

    Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.

  • onderA1

    debajo

    De doos staat onder het bed.

  • onderhandelenB1

    negociar

    We onderhandelen nog over de prijs.

  • onderhoudA2

    mantenimiento

    Het onderhoud van de tuin kost tijd.

  • ondertekenenA2

    firmar

    Onderteken het contract onderaan.

  • onderwerpA2

    tema

    Dat is een moeilijk onderwerp.

  • onderzoekB1

    examen, estudio

    Het onderzoek liet niets bijzonders zien.

  • onderzoeksuitslagB1

    resultado del examen

    De onderzoeksuitslag komt over een week.

  • ongeduldigA2

    impaciente

    Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.

  • ongerustA2

    preocupado

    Ik was ongerust toen je niet belde.

  • ongeveerA2

    aproximadamente

    Het duurt ongeveer een uur.