Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

91 palabras · página 1 de 4

  • de oceaanA2

    océano

    De oceaan neemt veel warmte op.

  • de ochtendA1

    mañana (parte del día)

    In de ochtend drink ik koffie.

  • de oefeningA2

    ejercicio

    Maak oefening drie op bladzijde tien.

  • de oefentoetsA2

    prueba de práctica

    Maak eerst een oefentoets.

  • ofA1

    o

    Wil je thee of koffie?

  • oktoberA1

    octubre

    In oktober vallen de bladeren.

  • de olieA2

    aceite

    Bak het in een beetje olie.

  • de olijfA1

    aceituna

    Wil je olijven bij de borrel?

  • omA1

    a (la hora); alrededor de

    De les begint elke dag om half negen.


    para (om … te)

    Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.

  • de omaA1

    abuela

    Mijn oma woont in een klein dorp.

  • omdatA1

    porque

    Ik kom niet, omdat ik moet werken.

  • de omgevingA2

    alrededores, entorno

    In de omgeving van ons huis zijn veel parken.

  • omhoogA2

    arriba, hacia arriba

    Kijk eens omhoog, daar vliegt een ooievaar.

  • onafhankelijkA2

    independiente

    De rechter oordeelt onafhankelijk.

  • onderA1

    debajo

    De doos staat onder het bed.

  • het onderhoudA2

    mantenimiento

    Het onderhoud van de tuin kost tijd.

  • de ondernemerA2

    empresario

    Als ondernemer draag je zelf het risico.

  • ondertekenenA2

    ondertekende · hebben ondertekend

    firmar

    Onderteken het contract onderaan.

  • onderwegA2

    en camino

    Ik ben al onderweg, over tien minuten ben ik er.

  • het onderwerpA2

    tema

    Dat is een moeilijk onderwerp.

  • het onderwijsA2

    educación, enseñanza

    In Nederland is het onderwijs voor kinderen gratis.

  • het onderzoekA1

    examen, estudio

    Het onderzoek liet niets bijzonders zien.

  • onderzoekenA2irregular

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    investigar

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    examinar, reconocer (a un paciente)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ongeduldigA2

    impaciente

    Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.

  • het ongelukA2

    accidente

    Het ongeluk gebeurde op de trap.