Vocabulario
14 palabras · página 1 de 1
officieelB1
oficial
Voor de aanvraag heb je een officieel document nodig.
onafhankelijkA2
independiente
De rechter oordeelt onafhankelijk.
onbekendB1
desconocido
Ik kreeg een telefoontje van een onbekend nummer.
ongeduldigA2
impaciente
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
inquieto, preocupado
Ik was ongerust toen je niet belde.
onmogelijkA2
imposible
Het is onmogelijk om alles in één dag te doen.
onrustigA2
inquieto
Ik sliep onrustig voor het examen.
openA1
abierto
De winkel is nog open.
openbaarA1
público
De vergadering is openbaar.
opgeluchtA2
aliviado
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
alegre
Ze is meestal heel opgewekt.
oranjeA1
naranja (color)
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
origineelB1
original
Wat een origineel cadeau, waar heb je dat gekocht?
oudA1
viejo
Dit is een oud gebouw.

