Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

289 palabras · página 9 de 12

  • opluchtenB2

    aliviar

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • opluchtingB2

    alivio

    Tot mijn opluchting was alles in orde.

  • opluchtingsgevoelB2

    sensación de alivio

    Na de uitslag overheerste een opluchtingsgevoel.

  • opmerkenB2

    señalar

    Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.

  • opmerkingB1

    observación

    Heeft iemand nog een opmerking?

  • opnameA2

    retirada de dinero

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnameduurB2

    duración del ingreso

    De gemiddelde opnameduur is korter geworden.

  • opnieuwA2

    de nuevo

    Probeer het opnieuw.

  • oppositieB2

    oposición

    De oppositie stemde tegen.

  • oprechtB2

    sincero

    Zijn excuses klonken oprecht.

  • oproepkrachtB2

    trabajador a llamada

    Als oproepkracht weet je nooit hoeveel je werkt.

  • opruimenA2

    ordenar

    Ruim je spullen even op.

  • opsporingB2

    investigación policial

    De opsporing van de daders duurde maanden.

  • opstroomB2

    promoción a un nivel superior

    Opstroom naar een hoger niveau komt weinig voor.

  • optimaliserenB2

    optimizar

    Het proces is verder geoptimaliseerd.

  • optredenB1

    actuación; actuar

    De band treedt zaterdag op.

  • opvallenA2

    llamar la atención

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opvallendB2

    llamativo

    Het is een opvallend gebouw.

  • opvliegendB2

    irascible

    Hij heeft een opvliegend karakter.

  • opvolgerB2

    sucesor

    Zijn opvolger begint in mei.

  • opwarmenA2

    calentar

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opwarmingB2

    calentamiento

    De opwarming van de aarde gaat door.

  • opwindingB2

    emoción, excitación

    Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.

  • opzegbriefB2

    carta de baja

    Stuur de opzegbrief ruim op tijd.

  • opzeggenA2

    rescindir, cancelar

    Ik wil mijn contract opzeggen.