Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

136 palabras · página 4 de 6

  • opbergenA2separableirregular

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    guardar (en su sitio)

    Berg je spullen op in de kast.

  • de opdrachtA2

    encargo, tarea

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • openA1

    abierto

    De winkel is nog open.

  • openbaarA1

    público

    De vergadering is openbaar.

  • openbare ordeB1

    orden público

    De politie handhaaft de openbare orde.

  • openenA1

    opende · hebben geopend

    abrir

    De winkel opent om negen uur.

  • de openingB1

    inauguración, apertura

    Bij de opening van de nieuwe bibliotheek was de burgemeester.

  • de operatieA2

    operación

    De operatie is goed gegaan.

  • opgeluchtA2

    aliviado

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgewektA2

    alegre

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • ophalenA2separable

    haalde op · hebben opgehaald

    recoger

    Ik haal je om zeven uur op.

  • de opleidingA2

    formación

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • de opleidingsduurB1

    duración de la formación

    De opleidingsduur is twee jaar.

  • oplettenA2separable

    lette op · hebben opgelet

    prestar atención

    Let goed op bij het oversteken.

  • oplossenB1separable

    loste op · hebben opgelost

    resolver; disolver

    Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.

  • de oplossingA2

    solución

    Er is vast een oplossing.

  • de opmerkingB1

    observación

    Heeft iemand nog een opmerking?

  • de opnameA2

    grabación

    De opname van het gesprek duurt tien minuten.


    retirada de dinero

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnemenB1separableirregular

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    contestar (el teléfono); grabar

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    retirar (dinero)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opnieuwA1

    de nuevo

    Probeer het opnieuw.

  • opruimenA2separable

    ruimde op · hebben opgeruimd

    ordenar

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2separableirregular

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    apuntar, anotar

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • opsturenA2separable

    stuurde op · hebben opgestuurd

    enviar (por correo)

    Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.

  • de optieB1

    opción

    Je hebt twee opties: met de bus of met de trein.

  • optillenA2separable

    tilde op · hebben opgetild

    alzar

    Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.