Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

136 palabras · página 3 de 6

  • ontsnappenB1

    ontsnapte · zijn ontsnapt

    escapar

    Twee gevangenen zijn uit de gevangenis ontsnapt.

  • ontspannenB1irregular

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    relajarse

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • de ontspanningB1

    relajación

    Lezen is voor mij pure ontspanning.

  • ontstaanB1irregular

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    surgir, originarse

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1irregular

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    recibir; acoger (visitas)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • de ontvangerB1

    destinatario

    De ontvanger van de brief was verhuisd.

  • het ontwerpA2

    diseño

    Het ontwerp won een prijs.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    desarrollar (algo)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenreflexivo

    desarrollarse

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • de ontwikkelingA1

    desarrollo

    Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

  • ontzettendB1

    tremendamente

    Ik vond de film ontzettend spannend.

  • de onzinA2

    tontería, disparate

    Wat hij zegt, is complete onzin.

  • het oogA1

    ojo

    Er zit iets in mijn oog.

  • de oogartsA2

    oftalmólogo

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • de oogstB1

    cosecha

    De oogst viel dit jaar tegen.

  • ooitA2

    alguna vez

    Ben jij ooit in Amsterdam geweest?

  • ookA1

    también

    Ik kom ook mee.

  • de oomA1

    tío

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    oreja

    Mijn oor doet pijn.

  • de oorlogA2

    guerra

    Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.

  • de oorpijnA2

    dolor de oído

    Het kind heeft oorpijn.

  • de oorzaakB1

    causa

    De politie onderzoekt de oorzaak van de brand.

  • het oostenA2

    este

    De zon komt op in het oosten.

  • opA1

    sobre, en

    Zet de kopjes op de tafel.

  • de opaA1

    abuelo

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opbellenA2separable

    belde op · hebben opgebeld

    llamar por teléfono

    Ik bel je morgen op.