Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

91 palabras · página 2 de 4

  • ongerustA2

    inquieto, preocupado

    Ik was ongerust toen je niet belde.

  • ongeveerA1

    aproximadamente

    Het duurt ongeveer een uur.

  • onlineA2

    en línea, por internet

    Je kunt de kaartjes voor het concert ook online kopen.

  • onmogelijkA2

    imposible

    Het is onmogelijk om alles in één dag te doen.

  • onrustigA2

    inquieto

    Ik sliep onrustig voor het examen.

  • het ontbijtA2

    desayuno

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • ontbijtenA2irregular

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    desayunar

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontdekkenA2

    ontdekte · hebben ontdekt

    descubrir

    Ik ontdekte een fout in het formulier.

  • onthoudenA2irregular

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    recordar, memorizar

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontmoetenA2

    ontmoette · hebben ontmoet

    conocer, encontrarse con

    Ik heb haar op een cursus ontmoet.

  • ontslaanA2irregular

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    despedir

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontvangenA1irregular

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    recibir; acoger (visitas)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • het ontwerpA2

    diseño

    Het ontwerp won een prijs.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    desarrollar (algo)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenreflexivo

    desarrollarse

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • de ontwikkelingA1

    desarrollo

    Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

  • de onzinA2

    tontería, disparate

    Wat hij zegt, is complete onzin.

  • het oogA1

    ojo

    Er zit iets in mijn oog.

  • de oogartsA2

    oftalmólogo

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • ooitA2

    alguna vez

    Ben jij ooit in Amsterdam geweest?

  • ookA1

    también

    Ik kom ook mee.

  • de oomA1

    tío

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    oreja

    Mijn oor doet pijn.

  • de oorlogA2

    guerra

    Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.

  • de oorpijnA2

    dolor de oído

    Het kind heeft oorpijn.

  • het oostenA2

    este

    De zon komt op in het oosten.