Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
289 palabras · página 10 de 12
opzeggingB2
rescisión, aviso de baja
De opzegging moet schriftelijk gebeuren.
opzegtermijnB1
plazo de preaviso
De opzegtermijn is één maand.
opzoekenA2
buscar (consultar)
Zoek het woord even op.
oranjeA1
naranja
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
ordenenB2
ordenar
Orden de gegevens per jaar.
ordnerB2
archivador
De facturen zitten in een aparte ordner.
orgaanB2
órgano
De lever is een belangrijk orgaan.
orgaandonatieB2
donación de órganos
Iedereen kan zijn keuze over orgaandonatie vastleggen.
orkaanB2
huracán
De orkaan richtte grote schade aan.
orkestB2
orquesta
Het orkest repeteert elke dinsdag.
oudA1
viejo
Dit is een oud gebouw.
oudedagsvoorzieningB2
previsión para la vejez
Zelfstandigen regelen hun eigen oudedagsvoorziening.
ouderavondB2
reunión de padres
De ouderavond is volgende week dinsdag.
ouderbijdrageB2
aportación de los padres
De ouderbijdrage is vrijwillig.
oudercontactB2
contacto con las familias
Goed oudercontact helpt het kind vooruit.
ouderdomspensioenB2
pensión de jubilación
Het ouderdomspensioen gaat in op je AOW-leeftijd.
ouderenzorgB2
atención a mayores
De ouderenzorg vraagt steeds meer personeel.
oudersA1
padres
Mijn ouders wonen nog in Polen.
ouderwetsB2
anticuado
Het meubilair is wat ouderwets.
outplacementB2
recolocación
De werkgever bood outplacement aan.
ov-chipkaartB2
tarjeta de transporte
Check in met je ov-chipkaart.
ovenA2
horno
Zet de oven op 180 graden.
ovenschaalA2
fuente de horno
Doe alles in een ovenschaal.
ovenschotelB2
plato al horno
De ovenschotel staat een halfuur in de oven.
overA1
sobre; dentro de
We praten later over dit probleem.

