Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
84 palabras · página 4 de 4
motivatieB1
motivación
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
motiverenB1
motivar
De docent weet studenten goed te motiveren.
muntA2
moneda
Heb je een munt van twee euro?
muntgeldA2
monedas
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
museumB1
museo
Het museum is op maandag gesloten.
museumkaartB1
tarjeta de museos
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
muurA1
pared
Aan de muur hangt een schilderij.
muziekA1
música
Ik luister graag naar muziek.
muzieklesB1
clase de música
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.

