Vocabulario
18 palabras · página 1 de 1
laagA1
bajo
De prijs is nu laag.
laatsteA1
último
Dit is de laatste bus.
lakenA1
sábana
De lakens moeten in de was.
lampA1
lámpara
De lamp in de gang is kapot.
landA1
país
Uit welk land kom je?
langA1
largo
Het duurt niet lang.
laterA1
más tarde
We bellen later wel even.
lenteA1
primavera
In de lente bloeien de tulpen.
lepelA1
cuchara
Ik eet soep met een lepel.
letterA1
letra
Schrijf je naam met grote letters.
levenA1
vida; vivir
Het leven hier is heel anders.
lichaamA1
cuerpo
Beweging is goed voor je lichaam.
lichtA1
luz
Doe het licht even aan.
limonadeA1
refresco
De kinderen krijgen limonade.
lipA1
labio
Mijn lippen zijn droog van de kou.
longA1
pulmón
Roken is slecht voor je longen.
luciferA1
cerilla
Heb je een lucifer?
lunchA1
almuerzo
De lunch is om half een.

