Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
89 palabras · página 1 de 4
laadpaalB1
punto de carga
Bij het station staan laadpalen voor elektrische auto's.
laagA1
bajo
De prijs is nu laag.
laatA1
tarde
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
último
Dit is de laatste bus.
lachenA1
reír
We hebben veel gelachen.
lakenA1
sábana
De lakens moeten in de was.
lampA1
lámpara
De lamp in de gang is kapot.
landA1
país
Uit welk land kom je?
landbouwgrondB1
terreno agrícola
Een deel van de landbouwgrond wordt natuurgebied.
landschapB1
paisaje
Het Nederlandse landschap is erg vlak.
langA1
largo
Het duurt niet lang.
langskomenA2
pasarse por
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
lento
Kunt u wat langzamer praten?
latenA2
dejar; mandar hacer
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
más tarde
We bellen later wel even.
leefregelB1
pauta de vida
De arts gaf mij een paar leefregels mee.
leefstijlB1
estilo de vida
Een gezonde leefstijl voorkomt veel klachten.
leegA1
vacío
Mijn glas is leeg.
leenvoorwaardeB1
condición del préstamo
Lees de leenvoorwaarden voordat je tekent.
leerbehoefteB1
necesidad de aprendizaje
De docent kijkt naar de leerbehoefte van elke cursist.
leerboekA2
libro de texto
Neem je leerboek mee naar de les.
leerdoelB1
objetivo de aprendizaje
Wat is het leerdoel van deze les?
leerlijnB1
itinerario formativo
De leerlijn loopt van A1 tot B2.
leerlingB1
alumno
In deze klas zitten 25 leerlingen.
leerlingbegeleidingB1
orientación al alumnado
De school investeert in leerlingbegeleiding.

