Vocabulario
262 palabras · página 7 de 11
knippenA2
knipte · hebben geknipt
cortar (con tijeras)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
de knoopB2
botón
Er is een knoop van het overhemd af.
nudo
Hij legt een stevige knoop in het touw.
het knooppuntB2
nodo de la ruta
Volg de knooppunten 12, 15 en 21.
de koeB2
vaca
De koeien staan sinds april buiten.
de koekA1
galleta
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koekenpanB2
sartén
Verhit de koekenpan eerst goed.
de koelkastA1
nevera
De melk staat in de koelkast.
de koelketenB2
cadena de frío
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
de koerswinstB2
plusvalía bursátil
Over koerswinst betaal je hier geen belasting.
koesterenB2
koesterde · hebben gekoesterd
atesorar
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
de kofferA2
maleta
Mijn koffer is te zwaar.
de koffieA1
café
Zullen we een kopje koffie drinken?
de kokB2
cocinero
De kok maakt alles zelf klaar.
kokenA2
kookte · hebben gekookt
cocinar
Wie kookt er vanavond?
hervir
Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.
koloniaal verledenB2
pasado colonial
Het koloniaal verleden krijgt meer aandacht op school.
de kolonieB2
colonia
Suriname was tot 1975 een kolonie.
komenA1irregular
kwam · kwamen · zijn gekomen
venir
Kom je vanavond ook?
de komkommerA1
pepino
Snijd de komkommer in plakjes.
het konijnB2
conejo
In de duinen zie je veel konijnen.
de koningA1
rey
De koning opende het parlementaire jaar.
de koninginA2
reina
De koningin bezocht het ziekenhuis.
de KoningsdagA2
Día del Rey
Op Koningsdag is het hele land oranje.
het koningshuisB2
casa real
Het koningshuis heeft vooral een ceremoniële rol.
koninklijkB1
real (de la realeza)
Op Koningsdag bezoekt de koninklijke familie een stad.
het koninkrijkB1
reino
Nederland is een koninkrijk met een koning als staatshoofd.

