Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

98 palabras · página 2 de 4

  • kiezenA2

    elegir

    Je moet zelf kiezen.

  • kijkenA2

    mirar, ver

    We kijken vanavond naar een film.

  • kilometerB1

    kilómetro

    Het is nog twintig kilometer rijden.

  • kinA1

    barbilla

    Hij stootte zijn kin bij het vallen.

  • kindA1

    niño

    Het kind speelt in de tuin.

  • kinderbijslagB1

    prestación por hijo

    Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.

  • kipA1

    pollo

    Ik eet liever kip dan rundvlees.

  • klaarA2

    listo

    Het eten is klaar.

  • klaarmakenA2

    preparar

    Ik maak het eten klaar.

  • klachtB1

    molestia, síntoma

    Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.

  • klachtbriefB1

    carta de reclamación

    Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.

  • klachtenformulierB1

    formulario de reclamación

    Vul eerst het klachtenformulier in.

  • klachtenprocedureB1

    procedimiento de reclamación

    Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.

  • klachtenrechtB1

    derecho de reclamación

    U hebt klachtenrecht bij elke instantie.

  • klagenB1

    quejarse

    De buren klagen over het lawaai.

  • klantA2

    cliente

    De klant heeft altijd gelijk.

  • klantcontactB1

    trato con clientes

    In deze functie heb je veel klantcontact.

  • klantenkaartA2

    tarjeta de cliente

    Met een klantenkaart spaar je punten.

  • klantenserviceA2

    atención al cliente

    Bel de klantenservice als het niet werkt.

  • klantgerichtB1

    orientado al cliente

    Wij werken klantgericht.

  • klasgenootA2

    compañero de clase

    Mijn klasgenoot komt uit Syrië.

  • klaslokaalA2

    aula

    Het klaslokaal is op de tweede verdieping.

  • kleinA1

    pequeño

    Mijn kamer is klein maar gezellig.

  • kleindochterA1

    nieta

    Zijn kleindochter gaat al naar school.

  • kleinkindA1

    nieto

    Zij heeft drie kleinkinderen.