Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

260 palabras · página 1 de 11

  • kaarsA1

    vela

    Op tafel brandt een kaars.

  • kaartA1

    tarjeta; mapa

    Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.

  • kaartjeA2

    billete

    Ik heb mijn kaartje al gekocht.

  • kaartverkoopB2

    venta de entradas

    De kaartverkoop start morgenochtend.

  • kaasA1

    queso

    Nederlandse kaas is bekend in de wereld.

  • kabeljauwB2

    bacalao

    De vangst van kabeljauw is beperkt.

  • kabinetB2

    gabinete

    Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.

  • kachelA1

    estufa

    Zet de kachel wat hoger.

  • kadasterB2

    registro de la propiedad

    Elke woning staat ingeschreven in het kadaster.

  • kalendB2

    que se está quedando calvo

    Hij is licht kalend.

  • kamA1

    peine

    Mag ik je kam even lenen?

  • kamerA1

    habitación

    Mijn kamer is niet zo groot.

  • kamer van koophandelB2

    cámara de comercio

    Schrijf je bedrijf in bij de kamer van koophandel.

  • kamerlidB2

    diputado

    Een kamerlid stelde schriftelijke vragen.

  • kamperenB1

    acampar

    We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.

  • kanaalB2

    canal

    Het kanaal verbindt twee rivieren.

  • kaneelA1

    canela

    Doe wat kaneel op de appels.

  • kanorouteB2

    ruta en canoa

    De kanoroute loopt door het veen.

  • kansA1

    oportunidad

    Dit is een mooie kans voor jou.

  • kansengelijkheidB2

    igualdad de oportunidades

    Kansengelijkheid in het onderwijs staat onder druk.

  • kansenongelijkheidB2

    desigualdad de oportunidades

    Kansenongelijkheid begint al op de basisschool.

  • kantoorA2

    oficina

    Ons kantoor is vlak bij het station.

  • kantoorartikelB2

    artículo de oficina

    De kantoorartikelen worden centraal besteld.

  • kantoortuinB2

    oficina diáfana

    In een kantoortuin is het lastig concentreren.

  • kantoorurenA2

    horario de oficina

    Bel tijdens kantooruren.