Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

14 palabras · página 1 de 1

  • jaarA1

    año

    Ik woon hier al drie jaar.

  • jaarlijksA1

    anualmente

    Er is jaarlijks een buurtfeest.

  • jaaropgaveB1

    certificado anual de ingresos

    Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.

  • jaloersA2

    celoso, envidioso

    Hij is een beetje jaloers op zijn broer.

  • jamA1

    mermelada

    Ik eet brood met jam.

  • januariA1

    enero

    Mijn cursus begint in januari.

  • jarigA1

    que cumple años

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • jasA1

    abrigo

    Doe je jas aan, het is koud.

  • jongA1

    joven

    Zij is nog heel jong.

  • jongenA1

    chico

    Die jongen is mijn zoon.

  • jubileumB1

    aniversario

    De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.

  • juliA1

    julio

    In juli gaan we op vakantie.

  • juniA1

    junio

    In juni beginnen de examens.

  • jurkA1

    vestido

    Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.