Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

17 palabras · página 1 de 1

  • ideeA2

    idea

    Dat is een goed idee.

  • iedereA1

    cada

    Iedere maandag heb ik les.

  • iedereenA1

    todos

    Iedereen is welkom.

  • iemandA1

    alguien

    Er staat iemand voor de deur.

  • ietsA1

    algo

    Wil je iets drinken?

  • ijsA1

    hielo, helado

    De kinderen willen een ijsje.

  • inA1

    en

    Het zit in de kast.

  • inderdaadA2

    efectivamente

    Dat klopt inderdaad.

  • informatieA2

    información

    Meer informatie vind je op de website.

  • ingrediëntA2

    ingrediente

    Welke ingrediënten heb je nodig?

  • inkomenA2

    ingresos

    Zijn inkomen is dit jaar gestegen.

  • inloggenA2

    iniciar sesión

    Log in met je e-mailadres.

  • inrichtenA2

    amueblar

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • inschrijfgeldA2

    cuota de inscripción

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • instappenA2

    subir (a un vehículo)

    U kunt achterin instappen.

  • invullenA2

    rellenar

    Vul het formulier volledig in.

  • isolatieA2

    aislamiento

    Betere isolatie verlaagt de energierekening.