Vocabulario
11 palabras · página 1 de 1
halenA2
ir a buscar
Ik haal even brood.
hebbenA1
tener
Wij hebben twee kinderen.
helpenA2
ayudar
Kun je me even helpen?
herinnerenA2
recordar
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
reconocer
Ik herkende hem meteen.
hetenA1
llamarse
Hoe heet jij?
hoestenA2
toser
Het kind hoest de hele nacht.
hopenA1
esperar (desear)
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
oír
Ik hoor je niet goed.
houdenA1
sostener; gustar (van)
Ik houd van koffie.
huilenA1
llorar
De baby huilt de hele nacht.

