Vocabulario
114 palabras · página 3 de 5
hierbijB1
adjunto, por la presente
Hierbij stuur ik u mijn cv en motivatiebrief.
historischB1
histórico
Het historische centrum van de stad is prachtig.
de hitteB1
calor intenso
De hitte was ondraaglijk deze zomer.
de hittegolfB1
ola de calor
Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.
de hobbyB1
afición
Fotograferen is mijn grootste hobby.
de hobbyruimteB1
sala de aficiones
Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.
hoeA1
cómo
Hoe gaat het met je?
de hoedA2
sombrero
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoekA1
esquina
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
cuánto tiempo
Hoelang woon je al in Nederland?
de hoestdrankA2
jarabe para la tos
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
hoestte · hebben gehoest
toser
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
cuánto
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
cantidad
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2irregular
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
no hacer falta
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoewelA2
aunque
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoiA1
hola
Hoi, hoe is het?
de hondA1
perro
De hond moet hier aangelijnd zijn.
honderdA1
cien
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
hambre
Ik heb honger.
de honingA1
miel
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
cabeza
Mijn hoofd doet pijn.
jefe, responsable
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdgerechtA2
plato principal
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
dolor de cabeza
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdstadA2
capital (ciudad)
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.

