Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
15 palabras · página 1 de 1
gastvrijB1
hospitalario
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
gebruikelijkA2
habitual
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
geduldigA2
paciente
De docent is heel geduldig.
geelA1
amarillo
De bloemen in de tuin zijn geel.
geldigB1
válido
Uw paspoort is nog twee jaar geldig.
gelijkA1
razón; igual
Je hebt gelijk.
gelukkigA2
feliz; afortunadamente
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gemeubileerdA2
amueblado
Wij zoeken een gemeubileerde woning.
geschiktA2
adecuado
Deze woning is geschikt voor een gezin.
gestrestA2
estresado
Voor het examen was ik erg gestrest.
gezelligB1
acogedor, agradable
Het was een gezellige avond.
gezondA2
sano
Hij eet heel gezond.
goedkoopA2
barato
Deze winkel is vrij goedkoop.
gratisA2
gratis
De eerste les is gratis.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.

