Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

49 palabras · página 2 de 2

  • entreekaartB1

    entrada

    De entreekaart kost twaalf euro.

  • envelopA1

    sobre

    Doe de brief in een envelop.

  • ergA1

    muy; grave

    Dat is erg vervelend.

  • ergensA2

    en algún sitio

    Mijn sleutels liggen hier ergens.

  • ervaringA2

    experiencia

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • erwtA1

    guisante

    Erwtensoep is een Nederlands wintergerecht.

  • etenA1

    comida

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • etiketA2

    etiqueta

    Kijk even op het etiket.

  • evaluatieB1

    evaluación

    Na het project volgt een evaluatie.

  • evenA1

    un momento

    Wacht even, ik kom eraan.

  • evenementB1

    evento

    Het evenement trekt duizenden bezoekers.

  • examenB1

    examen

    Het examen is over twee weken.

  • examendatumA2

    fecha del examen

    De examendatum staat nog niet vast.

  • examenkostenB1

    tasas de examen

    De examenkosten betaal je zelf.

  • examenlocatieB1

    sede del examen

    De examenlocatie is in Utrecht.

  • examenonderdeelB1

    parte del examen

    Lezen is het lastigste examenonderdeel voor mij.

  • examenregelingB1

    reglamento del examen

    Lees de examenregeling goed door.

  • examenstofB1

    temario del examen

    De examenstof staat in de studiegids.

  • examenstressB1

    estrés de exámenes

    Veel studenten hebben last van examenstress.

  • examentrainingB1

    preparación del examen

    De examentraining duurt vier weken.

  • examenuitslagB1

    resultado del examen

    De examenuitslag komt over vier weken.

  • examenvoorbereidingB1

    preparación del examen

    De examenvoorbereiding duurt twee maanden.

  • examenvraagB1

    pregunta de examen

    Elke examenvraag heeft vier antwoorden.

  • excursieB1

    excursión

    De school organiseert een excursie naar het museum.