Vocabulario
76 palabras · página 2 de 4
het eindeA2
final, fin
Aan het einde van de straat is een bakker.
eindelijkA2
por fin
Eindelijk is de brief er.
eindigenB1
eindigde · zijn geëindigd
terminar, acabar
De film eindigt met een mooie bruiloft.
de eindtoetsA2
prueba final
De eindtoets is in juni.
eisenA2
eiste · hebben geëist
exigir
De bond eist een hoger loon.
de eisen
requisitos, exigencias (plural de eis)
De school stelt hoge eisen aan het schrijven.
de elektriciteitA2
electricidad
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
elektrischB1
eléctrico
Steeds meer mensen rijden in een elektrische auto.
elfA1
once
De winkel sluit om elf uur.
elkA1
cada (elk)
Elk kind krijgt een klein cadeautje van de juf.
elkaarA1
el uno al otro
We helpen elkaar.
de elleboogA1
codo
Ik heb mijn elleboog gestoten.
de emmerA1
cubo
Vul de emmer met water.
enA1
y
Ik neem brood en kaas.
de energieA1
energía
De prijzen voor energie zijn gestegen.
de energiekostenB1
gastos de energía
De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.
het energielabelA2
certificado energético
Dit huis heeft energielabel C.
de energierekeningB1
factura de la luz
Mijn energierekening is verdubbeld.
het EngelsA1
inglés (idioma)
Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.
enigB1
único
Zij is het enige kind in het gezin.
de enkelA1
tobillo
Ik heb mijn enkel verzwikt.
único, alguno; solo
Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.
enormA2
enorme
Het nieuwe ziekenhuis is een enorm gebouw.
enthousiastA2
entusiasmado
De klas was enthousiast over het uitje.
de entreekaartB1
entrada
De entreekaart kost twaalf euro.
de envelopA1
sobre
Doe de brief in een envelop.
ergA1
muy; grave
Dat is erg vervelend.

