Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
49 palabras · página 1 de 2
e-mailberichtB1
mensaje de correo
Ik stuurde een e-mailbericht naar de gemeente.
echtA1
de verdad, real
Is dat echt waar?
echtgenootA1
esposo
Haar echtgenoot werkt in het buitenland.
eenzaamA2
solo (solitario)
In het begin voelde hij zich eenzaam.
eergisterenA1
anteayer
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
primero
Ik ga eerst douchen.
eersteA1
primero
Dit is mijn eerste dag hier.
eerstelijnszorgB1
atención primaria
De huisarts hoort bij de eerstelijnszorg.
eetgewoonteA2
hábito alimentario
Mijn eetgewoontes zijn hier veranderd.
eetlustA2
apetito
Door de koorts heb ik geen eetlust.
eiA1
huevo
Ik eet 's ochtends een ei.
eigenlijkA2
en realidad
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
eindelijkA2
por fin
Eindelijk is de brief er.
eindtoetsA2
prueba final
De eindtoets is in juni.
elektriciteitA2
electricidad
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
elfA1
once
De winkel sluit om elf uur.
elkaarA1
el uno al otro
We helpen elkaar.
elleboogA1
codo
Ik heb mijn elleboog gestoten.
emmerA1
cubo
Vul de emmer met water.
enA1
y
Ik neem brood en kaas.
energiekostenB1
gastos de energía
De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.
energielabelA2
certificado energético
Dit huis heeft energielabel C.
energierekeningB1
factura de la luz
Mijn energierekening is verdubbeld.
enkelA1
tobillo
Ik heb mijn enkel verzwikt.
enthousiastA2
entusiasmado
De klas was enthousiast over het uitje.

