Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
212 palabras · página 5 de 9
differentiatieB2
atención a la diversidad
Met differentiatie krijgt elk niveau eigen opdrachten.
digidB2
identidad digital estatal
Met digid log je in bij de overheid.
digitaalB2
digital
Het examen wordt digitaal afgenomen.
digitaal bankierenB2
banca digital
Digitaal bankieren is voor ouderen soms lastig.
digitale toetsB2
prueba digital
Bij een digitale toets zie je meteen je score.
digitaliseringB2
digitalización
Digitalisering verandert bijna elke sector.
dijkB1
dique
Nederland wordt beschermd door dijken.
dijkdoorbraakB2
rotura del dique
Een dijkdoorbraak zou rampzalig zijn.
dikA1
grueso
Trek een dikke jas aan.
dilemmaB2
dilema
Zij stond voor een moeilijk dilemma.
dingA1
cosa
Wat is dat voor een ding?
dinsdagA1
martes
Dinsdag heb ik een afspraak.
diplomaB1
diploma
Mijn diploma is hier erkend.
diplomatieB2
diplomacia
Met diplomatie kwam er alsnog een oplossing.
diplomawaarderingB2
homologación de títulos
Vraag een diplomawaardering aan voor je buitenlandse diploma.
directB1
directo
Nederlanders zijn vaak heel direct.
directheidB2
franqueza directa
Aan de Nederlandse directheid moet je wennen.
directieB2
dirección
De directie besliste anders.
directielidB2
miembro de la dirección
Een directielid lichtte het besluit toe.
dirigentB2
director de orquesta
De dirigent gaf het teken.
discriminatieB2
discriminación
Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.
discriminatieverbodB2
prohibición de discriminación
Het discriminatieverbod staat in artikel 1.
discussieB2
discusión
De discussie liep hoog op.
discussieleiderB2
moderador
De discussieleider gaf iedereen het woord.
distributiecentrumB2
centro de distribución
Het distributiecentrum werkt in drie ploegen.

