Vocabulario
232 palabras · página 5 de 10
het dierA1
animal
In het park zie je veel dieren.
de dierenartsB2
veterinario
De dierenarts komt naar de stal.
het dierenasielB2
protectora de animales
Zij haalde haar kat uit het dierenasiel.
de dierenbeschermingB2
sociedad protectora de animales
De dierenbescherming kreeg een melding.
het dierenpensionB2
residencia para mascotas
Tijdens de vakantie gaat de hond naar het dierenpension.
het dierenwelzijnB2
bienestar animal
Dierenwelzijn speelt mee bij de keuze van vlees.
de dierenwinkelB2
tienda de animales
In de dierenwinkel verkopen ze ook voer.
de dierproefB2
experimentación animal
Dierproeven zijn voor cosmetica verboden.
de diersoortB2
especie animal
Veel diersoorten worden met uitsterven bedreigd.
diervriendelijkB2
respetuoso con los animales
Zij koopt alleen diervriendelijk vlees.
de diëtistB2
dietista
De diëtist stelde een eetschema op.
de differentiatieB2
atención a la diversidad
Met differentiatie krijgt elk niveau eigen opdrachten.
de DigiDA2
identidad digital estatal
Met DigiD log je in bij de overheid.
digitaalA2
digital
Het examen wordt digitaal afgenomen.
digitaal bankierenB2
banca digital
Digitaal bankieren is voor ouderen soms lastig.
digitale toetsB2
prueba digital
Bij een digitale toets zie je meteen je score.
de digitaliseringB2
digitalización
Digitalisering verandert bijna elke sector.
de dijkB1
dique
Nederland wordt beschermd door dijken.
de dijkdoorbraakB2
rotura del dique
Een dijkdoorbraak zou rampzalig zijn.
dikA1
grueso
Trek een dikke jas aan.
het dilemmaB2
dilema
Zij stond voor een moeilijk dilemma.
het dingA1
cosa
Wat is dat voor een ding?
de dinsdagA1
martes
Dinsdag heb ik een afspraak.
het diplomaB1
diploma
Mijn diploma is hier erkend.
de diplomatieB2
diplomacia
Met diplomatie kwam er alsnog een oplossing.

