Vocabulario
112 palabras · página 2 de 5
het dekbedA1
edredón
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
delegerenB1
delegeerde · hebben gedelegeerd
delegar
Een goede leidinggevende kan delegeren.
delenA1
deelde · hebben gedeeld
compartir, dividir
We delen de kosten samen.
de democratieA2
democracia
In een democratie telt elke stem.
denkenA1irregular
dacht · dachten · hebben gedacht
pensar
Ik denk dat het goed komt.
derdeA1
tercero
Hij werd derde in de wedstrijd.
dertigA1
treinta
Ik ben dertig jaar oud.
de deskundigheidB1
pericia
Voor dit werk is veel deskundigheid nodig.
het detailB1
detalle
Hij vertelde het verhaal tot in elk detail.
de deurA1
puerta
Doe je de deur even dicht?
de deurmatA2
felpudo
Veeg je voeten op de deurmat.
dezelfdeA2
el mismo
Wij hebben dezelfde leraar als vorig jaar.
de dialoogB1
diálogo
Oefen de dialoog met een medecursist.
dichtA1
cerrado
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
cerca
De school is heel dichtbij.
het dieetA2
dieta
Hij volgt een streng dieet.
de dienstB1
servicio; turno
Zij heeft vandaag dienst in het ziekenhuis.
de dienstregelingA2
horario (de transporte)
De dienstregeling verandert in december.
het dienstverbandA2
vínculo laboral, contrato
Zij heeft een vast dienstverband.
de dienstverleningB1
prestación de servicios
Onze dienstverlening moet klantvriendelijker.
diepA2
profundo
Het water is hier te diep om te staan.
het dierA1
animal
In het park zie je veel dieren.
de DigiDA2
identidad digital estatal
Met DigiD log je in bij de overheid.
digitaalA2
digital
Het examen wordt digitaal afgenomen.
de dijkB1
dique
Nederland wordt beschermd door dijken.

