Vocabulario
36 palabras · página 1 de 2
certificaatB1
certificado
Na de cursus krijg je een certificaat.
champignonA1
champiñón
In de saus zitten champignons.
chauffeurA2
conductor
Vraag het even aan de chauffeur.
chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
cijferB1
nota
Ik heb een goed cijfer gehaald.
cijferlijstA2
lista de notas
Op de cijferlijst staan al je resultaten.
citroenA1
limón
Doe wat citroen in het water.
clubavondB1
noche del club
De clubavond is elke woensdag.
clublidB1
socio del club
Als clublid betaal je minder contributie.
collegaA2
colega
Mijn collega helpt mij graag.
collegialiteitB1
compañerismo
Collegialiteit is hier belangrijker dan concurrentie.
communicatieprobleemB1
problema de comunicación
Het was een communicatieprobleem, geen ruzie.
computerA1
ordenador
Mijn computer is heel langzaam.
concentratieB1
concentración
Na een uur verlies ik mijn concentratie.
concertB1
concierto
Het concert begint om acht uur.
conducteurA2
revisor
De conducteur controleerde de kaartjes.
consultB1
consulta
Een consult duurt ongeveer tien minuten.
contactB1
contacto
Ik heb nog geen contact met hem gehad.
contactformulierB1
formulario de contacto
Vul het contactformulier op de website in.
contantA2
en efectivo
Wij nemen geen contant geld aan.
contractA2
contrato
Ik heb het contract nog niet getekend.
controleB1
revisión
Over drie maanden komt u terug voor controle.
controleafspraakB1
cita de control
Over drie maanden heb ik een controleafspraak.
controlerenA2
comprobar
Controleer je gegevens voordat je verstuurt.
cultuuraanbodB1
oferta cultural
Het cultuuraanbod in de stad is groot.

