Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
189 palabras · página 5 de 8
bijlageB1
adjunto
In de bijlage vindt u mijn cv.
bijlesB1
clases de apoyo
Hij krijgt bijles voor Nederlands.
bijnaA2
casi
Ik ben bijna klaar.
bijrijderB1
copiloto
De bijrijder leest de route voor.
bijsluiterB1
prospecto
Lees altijd de bijsluiter van je medicijn.
bijvoorbeeldA2
por ejemplo
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
bijwerkingB1
efecto secundario
Dit medicijn heeft weinig bijwerkingen.
biljetA2
billete
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
binnenA1
dentro
Kom binnen, het is koud buiten.
biologischA2
ecológico
Deze groente is biologisch geteeld.
bioscoopB1
cine
We gaan vanavond naar de bioscoop.
bitterA2
amargo
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
blessureA2
lesión
Door een blessure kan hij niet sporten.
blijA2
contento
Ik ben blij met het resultaat.
blijvenA2
quedarse
Blijf je vanavond eten?
blikjeA2
lata
In de koelkast staat nog een blikje.
bloedA2
sangre
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
bloeddrukA2
tensión arterial
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
bloedonderzoekB1
análisis de sangre
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
bloemB1
flor
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
bloemkoolA1
coliflor
Vanavond eten we bloemkool.
bodemB1
suelo
De bodem hier is erg vruchtbaar.
bodemsoortB1
tipo de suelo
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
boekA1
libro
Ik lees elke avond een boek.

