Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

142 palabras · página 1 de 6

  • aanA1

    en, a

    De foto hangt aan de muur.

  • de aanbevelingB1

    recomendación

    Zij schreef een aanbeveling voor mij.

  • aanbiedenA2separableirregular

    bood aan · boden aan · hebben aangeboden

    ofrecer

    Zij bood aan om te helpen.

  • de aanbiedingA2

    oferta

    De kaas is in de aanbieding.

  • het aanbodA2

    oferta, surtido

    Het aanbod in deze winkel is groot.

  • de aandachtA1

    atención

    Besteed extra aandacht aan de uitspraak.

  • het aandeelA2

    acción

    Hij kocht aandelen in een energiebedrijf.

  • aandringenB1separableirregular

    drong aan · drongen aan · hebben aangedrongen

    insistir

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aangevenB1separableirregular

    gaf aan · gaven aan · hebben aangegeven

    indicar; denunciar

    Geef op het formulier aan of u allergieën heeft.

  • de aangifteB1

    denuncia, declaración

    Doe aangifte bij de politie.

  • het aangifteformulierB1

    formulario de declaración

    Het aangifteformulier vind je online.

  • de aanhefB1

    encabezamiento

    Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.

  • zich aankledenA2separablereflexivo

    kleedde aan · hebben aangekleed

    vestirse

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • aankomenA2separableirregular

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    llegar

    Wij komen om acht uur aan.


    engordar

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • de aankomstB1

    llegada

    De aankomst is rond middernacht.

  • de aankomsthalA2

    sala de llegadas

    Ik wacht op je in de aankomsthal.

  • de aankomsttijdA2

    hora de llegada

    De aankomsttijd staat op je kaartje.

  • de aankoopA2

    compra

    Bewaar de bon van je aankoop.

  • de aanleidingA2

    motivo

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • de aanmaningB1

    requerimiento de pago

    Na de herinnering volgt een aanmaning.

  • zich aanmeldenB1separablereflexivo

    meldde aan · hebben aangemeld

    darse de alta

    U kunt zich online aanmelden.

  • aannemenB1separableirregular

    nam aan · namen aan · hebben aangenomen

    contratar; aceptar; suponer

    Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.


    suponer

    Ik neem aan dat je morgen ook komt.

  • aanpassenA2separable

    paste aan · hebben aangepast

    ajustar, adaptar (algo)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenreflexivo

    adaptarse

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanradenB1separableirregular

    raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden

    recomendar

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanrakenA2separable

    raakte aan · hebben aangeraakt

    tocar

    Raak de hete pan niet aan.