Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

280 palabras · página 2 de 12

  • aankomstB1

    llegada

    De aankomst is rond middernacht.

  • aankomsthalA2

    sala de llegadas

    Ik wacht op je in de aankomsthal.

  • aankomsttijdA2

    hora de llegada

    De aankomsttijd staat op je kaartje.

  • aankondigenB2

    anunciar

    De gemeente kondigde nieuwe regels aan.

  • aankoopA2

    compra

    Bewaar de bon van je aankoop.

  • aankoopbewijsB2

    justificante de compra

    Zonder aankoopbewijs kun je niet ruilen.

  • aanleidingB2

    motivo

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • aanleunwoningB2

    piso adosado a un centro asistencial

    Een aanleunwoning ligt naast een zorgcentrum.

  • aanmaningB1

    requerimiento de pago

    Na de herinnering volgt een aanmaning.

  • aanmaningskostenB2

    gastos de reclamación

    De aanmaningskosten bedragen veertig euro.

  • aanmeldbewijsB2

    justificante de inscripción

    Neem je aanmeldbewijs en identiteitsbewijs mee.

  • aanmeldenB1

    darse de alta

    U kunt zich online aanmelden.

  • aannameB2

    supuesto

    Het model berust op een aantal aannames.

  • aanpassenA2

    adaptar(se)

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanradenB1

    recomendar

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanrakenA2

    tocar

    Raak de hete pan niet aan.

  • aanschafB2

    adquisición

    De aanschaf van een auto is een grote uitgave.

  • aanschuivenB2

    sumarse a la mesa

    Schuif gerust aan, er is genoeg.

  • aansprakelijkheidB2

    responsabilidad

    De aansprakelijkheid is beperkt tot het factuurbedrag.

  • aansprakelijkheidsverzekeringB2

    seguro de responsabilidad civil

    Bijna elk gezin heeft een aansprakelijkheidsverzekering.

  • aanspreekpuntB1

    persona de contacto

    Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.

  • aanspreektitelB2

    tratamiento (título)

    Gebruik in een sollicitatie de juiste aanspreektitel.

  • aanspreekvormB1

    forma de tratamiento

    In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.

  • aansprekenB1

    dirigirse a, llamar la atención

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aanstellingA2

    nombramiento

    Zij kreeg een vaste aanstelling.