Vocabulario
4 palabras · página 1 de 1
ontslaanA2
despedir
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
opzeggenA2
rescindir, cancelar
Ik wil mijn contract opzeggen.
verdienenA2
ganar
Hoeveel verdien je per uur?
ziekmeldenA2
avisar de baja por enfermedad
Je moet je voor negen uur ziekmelden.

